Niet-aangeboren hersenletsel

Spraak-taalproblemen bij volwassenen kunnen veroorzaakt worden door ouderdom of door neurologische problemen (bijvoorbeeld een beroerte of de ziekte van Parkinson). Daarom worden deze problemen ook vaak neurogene of neurologische stoornissen genoemd. Ze zijn grotendeels op te delen in vier stoornisgebieden:

Afasie: dit is een stoornis in de taalverwerking. Deze stoornis ontstaat door hersenletsel, meestal een beroerte. Afasie kan echter ook ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Afasie kan problemen geven met spreken, lezen en schrijven. Hoe ernstig de afasie zich zal uiten is per persoon verschillend. Vaak zal de behandeling van afasie tijdens de eerste fase starten in het ziekenhuis, waarna de behandeling overgenomen zal worden door een logopedist in een praktijk. De logopedist brengt eerst samen met u in kaart hoe het begrijpen en uiten van gesproken en geschreven taal is. In de behandeling wordt er gewerkt aan het begrijpen, spreken, lezen en schrijven en daarnaast wordt er ook advies gegeven aan de directe omgeving.

Dysartie: dit is een stoornis in de spraakuitvoering. In tegenstelling tot afasie is de oorzaak niet terug te leiden tot de hersenen, maar tot het zenuwstelsel. Wanneer dit beschadigd is (bijvoorbeeld door een beroerte, hersentumor, ongeval, spierziekte zoals ALS of een neurologische aandoening zoals de ziekte van Parkinson), kan er dysartrie optreden. De spieren die nodig zijn bij het ademen, stemgeven en spreken werken hierdoor onvoldoende samen. Zo kan de mimiek bijvoorbeeld veranderen, of is er speekselverlies en slikproblemen. De behandeling is gericht op het verbeteren van de verstaanbaarheid. De logopedist geeft ook adviezen en tips aan de omgeving.

Spraakapraxie/verbale apraxie: dit is een stoornis in de motorische programmering van de spraak. De spieren werken nog wel goed, maar het aansturen ervan geeft problemen. De oorzaak van dit probleem is hersenletsel, zoals een beroerte, een trauma door een ongeluk of een hersentumor. Het meest opvallende kenmerk bij verbale apraxie is het voortdurende zoeken naar de juiste articulatieplaats van klanken. Het zijn niet altijd dezelfde woorden of klanken die problemen geven. Vaak worstelt iemand om het juiste woord te kunnen produceren, merkt dat het mis gaat, worstelt opnieuw en kan op deze manier steeds verder van het bedoelde woord afraken. De logopedist onderzoekt de spraak, de verstaanbaarheid en de mondmotoriek van iemand met een mogelijke verbale apraxie en stelt een diagnose. Bij een ernstige verbale apraxie wordt vaak zo snel mogelijk ook een alternatief communicatiemiddel gezocht, afhankelijk van de mogelijkheden van de patiënt. De logopedist geeft ook adviezen en tips aan de omgeving.

Dysfagie: dit een ander woord voor slikproblemen die bij volwassenen voor kunnen komen. Dysfagie kent verschillende oorzaken, zoals een beroerte, aandoening in het zenuwstelsel (MS, ziekte van Parkinson, ALS), ouderdom of door bijvoorbeeld een operatie in het hoofd-hals gebied. Slikproblemen hebben lichamelijke en sociale gevolgen waardoor het plezier van eten en drinken kan verdwijnen. De logopedist gaat samen met u kijken waar de problemen in het slikproces zich voordoen en of deze te compenseren zijn met sliktechnieken of adviezen. Eventueel kan in overleg de consistentie van uw maaltijd worden aangepast. Bij de behandeling van slikproblemen proberen we, indien nodig, zo veel mogelijk samen te werken met een diëtist.